Home 2018 2017 2016 2015 2014 2013 2012 2011 2010 Recensies Links Contact

Confronterende beelden

Hoe universeel Deodaat Visser ook werkt, hoe fundamenteel en tijdloos, toch heeft hij met 'de ontroostbaren' en de 'toeschouwers' , in mijn ogen, ook de actualiteit adembenemend gepakt. Ik lees ze als (spiegel)beelden van het heden, confronterend voor onze tijd.
Twee beeldengroepen los van elkaar, maar die in mijn perceptie tegenover elkaar staan. Vreemdelingen, vluchtelingen of in de woorden van de kunstenaar: 'de ontroostbaren' en wij 'de toeschouwers'.

Kijk naar die ontroostbaren! Ze hebben zichzelf weggerukt uit hun omgeving, met zware benen van de lange reis die alleen maar vol te houden was omdat ze het heil voor ogen hadden, de verlossing. Gebogen en gebukt, doorgezakt, alsof ze hun verleden en hun achtergrond dragen als een last die niet torsbaar is. Maar die ze onzichtbaar hebben gemaakt om zich bevrijd te voelen. Door de knieŽn gezakt, op de grond gekwakt. Niemand kan zijn rug rechten, niemand blikt naar voren en zo ze nog als jong vertrokken zijn, zijn ze oud geworden.
Verslagen blikken, uitzichtloos. Toch waren ze met rechte rug en hoopvolle ogen weggegaan. Maar hun tocht heeft hen ontnuchterd, uitgekleed, beroofd. Uitgezakte lichamen van ontbering, mannen en vrouwen. Het heil is er niet, wel de verdwazing van ontheemding en onzekerheid om wat moet komen. Hoe samen ze ook de tochten deelden, ze staan elk alleen, los van elkaar. Neergezegen, uitgeteld met handen open. Wat ze hadden is hen uit handen genomen; lege handen die smeken om hulp, om zorg waarvan ze ondertussen weten dat ze die niet of nauwelijks zullen krijgen. Een hoopje mens, in hun menszijn verlaagd tot een anonieme kudde die stuit op wrevel en ongemak.
Geconcentreerde ellende, aangeland in Calais, Duinkerken... vastgereden, verzopen in de modder. De hoop op het beloofde land gesmoord in water en klei. Mensonterend behandeld of juist genegeerd op de plek waar ze zijn samengeklonterd, alsof ze niet van deze wereld is. Of het niet om mensen gaat, maar om vlees aan skeletten waarvoor nog geen naam is bedacht. Het lijkt of die groep veel gelijkenis vertoont met de rijen die voor de gaskamer stonden. De weg van een ideologisch opgelegde gruwelijke - in dit geval geestelijke - decimering. De hemel waar ze op hoopten krijgen ze wellicht nooit. Ze kunnen om te beginnen alleen nog vertrekken vanuit de hel.

volgende pagina